Verruiming fouilleerbevoegdheden

Staatsblad 143 van 2018 heeft de inwerkingtreding van een eerdere afgekondigde wetswijziging van de Politiewet 2012 bepaald op 1 juli 2018. De wetswijziging betreft onder meer de volgende inhoudelijke wijzigingen van artikel 7 van de Politiewet 2012:

  • ‍uitbreiding van de veiligheidsfouillering in artikel 7, lid 3
  • een nieuwe vervoersfouillering in artikel 7, lid 4 (nieuw)
  • een nieuwe insluitingsfouillering in artikel 7, lid 4 (nieuw)

Er volgt nu een korte beschouwing van deze uitgebreide, dan wel nieuwe fouilleringsbevoegdheden.

 

Veiligheidsfouillering

Artikel 7 Politiewet 2012

  • 3. De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren, bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf of van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

De in lid 3 van artikel 7 van de Politiewet 2012 geregelde veiligheidsfouillering, die bestaat uit het onderzoek aan de kleding van personen, wordt uitgebreid met het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren.

Binnen de regeling van de veiligheidsfouillering ontbrak tot nu een expliciet in de wet geregelde bevoegdheid om ook de voorwerpen, die de aan een onderzoek te onderwerpen persoon met zich voert, zoals een tas, een rugzak, een koffer of een doos, te onderzoeken. Het scheiden van deze voorwerpen van deze persoon ligt ook niet altijd direct binnen de mogelijkheden van degene die de veiligheidsfouillering uitvoert, terwijl hij of een aantal omstanders bij het nalaten van een onderzoek aan deze voorwerpen alsnog in een gevaarlijke situatie voor leven of veiligheid kan worden gebracht. Daarom wordt de bevoegdheid tot het instellen van een veiligheidsfouillering uitgebreid.

Deze wijziging is ook relevant voor BOA’s aan wie de bevoegdheid is toegekend om een veiligheidsfouillering uit te voeren.

 

Vervoersfouillering

Artikel 7 Politiewet 2012

  • 4. De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd een te vervoeren of in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vormen, alsmede daartoe de voorwerpen te onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert.

Ingevolge het nieuwe lid 4 van artikel 7 van de Politiewet 2012 is de ambtenaar van politie bevoegd een te vervoeren persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vormen (bijvoorbeeld riemen, sleutels, etc.) Hij mag daartoe ook de voorwerpen onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert.

Onder vervoeren wordt elke verplaatsing van een persoon verstaan, bijvoorbeeld te voet naar de dienstauto of per dienstauto naar het politiebureau.

Het vervoer van personen door middel van een dienstauto brengt door de beperkte ruimte een verhoogd risico met zich mee voor de veiligheid van de vervoerende politieambtenaren, eventuele derden en de te vervoeren persoon. Dit rechtvaardigt een onderzoek aan de kleding van de te vervoeren persoon en van de voorwerpen die hij bij zich heeft. De bepaling geldt jegens elke persoon die door de politie wordt vervoerd, zoals een verdachte, een getuige, een slachtoffer en ook personen die in het kader van de hulpverleningstaak naar het politiebureau worden overgebracht, zoals een psychiatrische patiënt of een dronken persoon.

Deze bevoegdheid maakt fouillering ook mogelijk als er geen aantoonbare dreiging is.

Deze nieuwe bevoegdheid kan ook aan BOA’s worden toegekend.

 

Insluitingsfouillering

Artikel 7 Politiewet 2012

  • 4. De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd een te vervoeren of in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vormen, alsmede daartoe de voorwerpen te onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert.

Eveneens ingevolge het nieuwe lid 4 van artikel 7 van de Politiewet 2012 is de ambtenaar van politie bevoegd een in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vormen. Hij mag daartoe ook de voorwerpen onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert.

Artikel 28 van de Ambtsinstructie regelt de insluitingsfouillering door de politie bij het insluiten van arrestanten in een politiecel. Op grond van die bepaling wordt een ingeslotene voorafgaand aan de insluiting onderzocht door het aftasten en doorzoeken van diens kleding en van de voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt of met zich mee voert. Het gaat daarbij om het traceren van gevaarlijke voorwerpen. Het komt echter regelmatig voor dat ingeslotenen – ondanks deze fouillering aan de kleding – in het bezit blijken van gevaarlijke voorwerpen die bij de fouillering niet zijn getraceerd. Het gaat dan om zaken zoals lucifers, aanstekers, drugs, wapens en andere middelen. De veiligheid van de ingeslotenen en het personeel belast met de zorg voor ingeslotenen, is daarmee onvoldoende gewaarborgd.

Om deze veiligheid wel te kunnen waarborgen wordt deze nieuwe uitgebreidere bevoegdheid in de Politiewet 2012 opgenomen.

Ook deze nieuwe bevoegdheid kan aan BOA’s worden toegekend.

Cees Kroon
senior adviseur

 

Geschreven door: