Opsporings- en toezichtbevoegdheid BOA's inzake noodverordeningen Corona/COVID-19

Inleiding

De handhaving van de Noodverordeningen COVID-19 (NV) van de voorzitters van de 25 Veiligheidsregio’s vindt met name plaats door in eerste instantie waarschuwend op te treden als wordt geconstateerd dat de NV niet wordt nageleefd. Tegen personen, die zo’n waarschuwing in de wind slaan, kan door politieambtenaren en buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) strafrechtelijk worden opgetreden op grond van artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr).

Omdat alleen BOA’s in domein I opsporingsbevoegdheid voor dit strafbare feit hadden, is door de Minister van Justitie en Veiligheid in Staatscourant 2020, nr 19421, een wijziging van de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met het COVID-19-virus vastgesteld. Deze wijziging is op 28 maart 2020 van kracht geworden, waardoor nu niet alleen de BOA's in domein I maar ook die in de domeinen II en IV opsporingsbevoegdheid hebben voor artikel 443 WvSr in verband met de Noodverordeningen COVID-19.

Wijziging domeinlijsten

Hierdoor wordt de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar als volgt gewijzigd:

Na verwijdering van ‘443,’ uit onderdeel 28 van Domein I worden in de domeinen I, II en IV drie nieuwe onderdelen ingevoegd, te weten:

  • In domein I (Openbare ruimte):
    28a. Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, ook voor zover het gaat om overtreding vaneen noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;
  • In domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur):
    16a. Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;
  • In domein IV (Openbaar vervoer):
    8a. Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening dieof een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;

Toelichting minister

Deze wijzigingsregeling verduidelijkt dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s)in domein I (openbare ruimte) ook bevoegd zijn tot opsporing van overtredingen van noodverordeningen die verband houden met het COVID-19-virus. Verder maakt deze regeling ook boa’s in de domeinen II (milieu, welzijn en infrastructuur,zoals boswachters) en IV (openbaar vervoer) daartoe bevoegd, omdat de via het noodrecht verboden gedragingen zich voordoen in het publieke domein.

Overtreding van noodverordeningen is strafbaar gesteld in artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Uit een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1997:ZC9561) volgt dat dat artikel niet alleen ziet op het niet voldoen aan noodverordeningen(artikel 176 Gemeentewet), maar ook op het niet-opzettelijk niet nakomen vaneen noodbevel (artikel 175 Gemeentewet). Het opzettelijk niet nakomen van een noodbevel valt als misdrijf onder artikel 184 Sr. Alle boa’s zijn bevoegd tot opsporing van het misdrijf van artikel 184 Sr, uiteraard voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van de functie en taak van de betrokken boa.

Tot zover de toelichting.

Toezicht

Op grond van art 5:11 Algemene wet bestuursrecht (AWB) kunnen door de voorzitter van de Veiligheidsregio of door de burgemeester álle BOA's als toezichthouder worden aangewezen teneinde controle/toezicht uit te oefenen op de naleving van de Noodverordening. In veel gevallen zijn in de Aanwijzingsbesluiten krachtens de Noodverordeningen de BOA’s als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel a, van het WvSv aangewezen.

In dat geval beschikken de aangewezen BOA’s over de toezichtbevoegdheden van de AWB.

Opsporing

Indien de BOA als toezichthouder een overtreding van de Noodverordening constateert zal hij zich moeten afvragen of hij bevoegd is dit strafbare feit - art 443 WvSr - op te sporen. De opsporingsbevoegdheid van BOA’s komt, zoals hiervoor is aangegeven, in dit opzicht uitsluitend toe aan de BOA's in de domeinen I, II en IV.

Nadat door de bevoegde BOA een overtreding van artikel 443 WvSr is vastgesteld, kan ter zake hiervan een (aankondiging van) OM-strafbeschikking (combibon) worden opgemaakt met als feitcode ingevolge het Feitenboekje 2020:
D526 handelen in strijd met een algemeen voorschrift van politie, krachtens de Gemeentewet in buitengewone omstandigheden uitgevaardigd en afgekondigd door de burgemeester of de commissaris van de Koning in de provincie

Het sanctiebedrag wordt vastgesteld door het OM en is bepaald op 390 euro.

Vragen

Als u vragen heeft met betrekking tot de handhaving van de Noodverordeningen, willen wij graag proberen die te beantwoorden. Stuur in dat geval een email aan opleidingsadvies@nivoo.nl.

Jan Boven en Cees Kroon

Senior adviseurs NIVOO Opleidingen

Geschreven door:
Gerwin Mulder
opleidingsadviseur Verkeer