Gebruik stoptransparant door BOA’s, wat zijn de bevoegdheden?

BOA’s mogen op hun dienstvoertuig een stoptransparant bevestigd hebben en gebruiken.

Als een BOA als (bevoegde) toezichthouder vanuit een voertuig doormiddel van een stoptransparant een stopteken geeft aan de bestuurder van een ander voertuig, bijvoorbeeld  om controle van een ontheffing mogelijk te maken, is dat feitelijk een vordering tot stilhouden, als bedoeld in artikel 5:19 Algemene wet bestuursrecht (AWB). Ingevolge artikel 5:20 AWB is de bestuurder verplicht om aan deze vordering mee te werken. Wanneer het stopteken is gegeven om (bijvoorbeeld) het rij- enkentekenbewijs van de bestuurder van een motorrijtuig te controleren en de bestuurder voldoet niet aan de vordering dan overtreedt hij in dit gevalartikel 160, lid 1, juncto artikel 177, lid 2, van de Wegenverkeerswet 1994. Kan in dit voorbeeld worden aangetoond dat de bestuurder opzettelijk(doelbewust) het stopteken negeerde, dan is wellicht tevens sprake van overtreding van artikel 184 Wetboek van Strafrecht (misdrijf). In dit laatste geval is het raadzaam – zo volgt uit recente jurisprudentie van de Hoge Raad – om in het op te maken proces-verbaal aan te geven dat het stopteken werd gegeven op grond van het bepaalde in artikel 5:19, lid 4, AWB.

De BOA is ingevolge de Regelingstilhoudingsvordering toezichthouders verplicht in zo’n geval een stoptransparant te gebruiken, waarop de aanduiding STOP in rode letters wordt verlicht. Daarbij mag de dienst worden vermeld waarbij de BOA werkzaam is, bijvoorbeeld STOP BOA, STOP TOEZICHT of STOP HANDHAVING.

Een niet-politieambtenaar mag de term ‘politie’ niet gebruiken, dus ook in de stoptransparant van een BOA mag de naam ‘politie’ niet voorkomen. Voor het gebruik van een stoptransparant is wettelijk gezien verder geen vergunningen of toestemmingen nodig.

Voor zover de vordering tot stilhouden verband houdt met een gedraging in strijd met een verkeersvoorschrift, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), is het niet voldoen aan de vordering als overtreding strafbaar gesteld in artikel 34 WAHV. Dit feit is in het Feitenboekje 2021 opgenomen onder feitcode E320a (niet voldoen aan vordering van toezichthouder) en wordt afgedaan via een politiestrafbeschikking. De boete bedraagt € 400,-.

Overtreding van het eerdergenoemde artikel 160, lid 1 WVW 1994 door als bestuurder van een motorrijtuig dat motorrijtuig niet op eerste vordering stil te houden wordt afgedaan via een OM-strafbeschikking, feitcode K 149. De boete bedraagt ook in dit geval in principe € 400,-.

Bij het niet voldoen aan overige stilhoudingsvorderingen, bijvoorbeeld op grond van APV-voorschriften of voorschriften uit bijzondere wetten, dient een proces-verbaal te worden opgemaakt. Dit betekent dat het negeren van een gegeven stopteken middels een stoptransparant van een BOA in andere dan verkeerszaken niet feitgecodeerd kan worden afgedaan. In die gevallen dient dus een volledig proces-verbaal te worden opgemaakt.

Voor gebruikmaking van de stoptransparant in het kader van toezicht moet de BOA voor de wetgeving, die hij controleert, zijn aangewezen als toezichthouder en bevoegd zijn om daarbij de in artikel 5:19 AWB genoemde stilhoudingsvordering te doen.

Als een BOA als (bevoegde) opsporingsambtenaar vanuit een voertuigdoor middel van een stoptransparant een stopteken geeft uitsluitend ter staandehouding of aanhouding van een  verdachte, die een voertuig bestuurt, mag hij ook van de stoptransparant gebruikmaken.  Een verdachte van een strafbaar feit is echter niet verplicht aan het stopteken van een opsporingsambtenaar gevolg te geven, omdat hij niet verplicht is om aan zijn staandehouding of aanhouding mee te werken. Hij is in dit geval dus niet strafbaar voor het negeren van het stopbevel via de stoptransparant. De verdachte mag vervolgens wel worden gedwongen om te stoppen, zodat hij kan worden staande gehouden of aangehouden. Neem daarbij echter het volgende in acht.

Als een bestuurder van een voertuig niet voldoet aan een stopbevel, dat in het kader van toezicht of opsporing via de stoptransparant is gegeven, wordt aanbevolen om direct de politie in te schakelen, dan wel te volstaan met het noteren van het kenteken van het betreffende voertuig. De BOA is niet bevoegden het dienstvoertuig van de BOA is niet geschikt om voertuigen te achtervolgen en zo nodig klem te rijden.

Rijopleiding
De procedures voor het veilig, verantwoord en volgens de regels gebruiken vaneen stoptransparant, maken standaard onderdeel uit van de politierijopleiding. Daarom is ook voor BOA’s aan te bevelen om een rijopleiding te volgen, waarin alle aspecten van het rijden met en het gebruiken van een stoptransparant aan de orde komen. U vindt de rijopleiding op: rijden met stoptransparant.

Heeft u vragen over de rijopleidingen voor BOA's neem dan contact op met onze opleidingsadviseur Handhaving Arjen Schellingerhout via 0346-217421 of aschellingerhout@nivoo.nl.

Geschreven door: